De Algemene Rekenkamer heeft op 1 juli jongsleden het definitieve rapport 'Lessen uit ICT-projecten bij de overheid: Deel B' gepubliceerd. Deze publicatie is een vervolg op Deel A van het rapport met dezelfde titel, gepubliceerd op 29 november 2007.
Samenvattend, gaf de Algemene Rekenkamer in deel A antwoord op de vraag van de Tweede Kamer waarom er toch zoveel problemen zijn met ICT-projecten bij de rijksoverheid? De belangrijkste oorzaak voor het (deels) mislukken van ICT-projecten die in Deel A van het onderzoek naar voren kwam, was dat ICT- projecten van de overheid vaak te ambitieus en te complex worden door de combinatie van politieke, organisatorische en technische factoren. Bij deze te complexe projecten is er geen balans tussen ambitie, beschikbare mensen, middelen en tijd. In het zojuist gepubliceerde Deel B geeft de Algemene Rekenkamer antwoord op de vraag: wat kosten de hiervoor aangestipte problemen nu eigenlijk?
Kort gezegd is de conclusie van de Rekenkamer dat het onduidelijk is hoeveel geld, mensen en tijd de rijksoverheid in totaal steekt in ICT-projecten. Verschillen tussen overheidorganisaties zijn groot. De jaarlijkse kosten voor ICT-projecten in de publieke sector zijn niet af te leiden uit CBS-cijfers en de inventarisatie voor 2000-2013 van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). De gegevens over ICT-projecten bij de overheid zijn onvoldoende betrouwbaar en maar gedeeltelijk aanwezig. Een rijksbreed onderzoek naar grote ICT-projecten, waar de Tweede Kamer naar gevraagd heeft, is volgens de Rekenkamer nu niet haalbaar.
Waren de conclusies en aanbevelingen uit Deel A al een teleurstellende verzameling van platitudes en een excercitie open deuren intrappen, Deel B doet er -voor zover mogelijk- nog een schepje bovenop. Voor iemand die uit het bedrijfsleven komt en gewend is aan control en accountibility zijn de conclusies die in Deel B getrokken worden ronduit schokkend te noemen. Intransparantie wordt beloond door een Rekenkamer die er kennelijk niet zo'n zin in had om de modder in te gaan om de benodigde financiele informatie boven tafel te krijgen. Als financieel professional jeuken dan je handen om deze informatie alsnog boven tafel te krijgen of in ieder geval beter bruikbare conclusies te trekken uit de wel beschikbare informatie. Als ik de commentaren op het rapport van de Rekenkamer lees in de diverse internetfora ben ik overigens niet de enige die daar zo over denkt.
Een van de aanbevelingen van de Rekenkamer is om ieder ministerie uit te rusten met een chief information officer, die de schakel zou moeten vormen tussen informatievraagstukken en informatievoorziening. Alhoewel een dergelijke functionaris best een toegevoegde waarde kan hebben lijkt het me dat, ook bij de overheid, reeds functionarissen rondlopen die beter gepositioneerd zijn de controle op uitgaven en investeringen uit te voeren. Interne controllers en/of externe financiele professionals met kennis van ICT-projecten zouden een grotere rol toebedeeld moeten krijgen bij het monitoren van dergelijke projecten.
Voordeel van het betrekken van een controller/financieel professional is dat deze in staat is te wijzen op het nut en de noodzaak van een business case als document waarin de ICT-investering is uitgewerkt en kan ondersteunen bij vragen als ‘welke onderdelen komen in een goede business case naar voren?’ en ’welke beslissingsmethodieken zijn er bij ICT-investeringen?’. Op deze wijze kunnen vooraf baten en risico’s gedefinieerd worden aan de hand van best-practices terwijl op basis hiervan achteraf rekenschap kan worden afgelegd.
Een extra voordeel van het inschakelen van een daadwerkelijk onafhankelijke externe (financiele) professional is dat deze zich niet hoeft te schikken naar de politieke agenda's die -volgens de Rekenkamer- vaak een grote rol spelen bij de beslissingen die worden genomen bij ICT-projecten in de overheid. Twee jaar onderzoek door de Rekenkamer resulterend in twee rapporten hebben vooralsnog helaas niet geleid tot bevredigende resultaten. Laten we hopen dat de Tweede Kamer zich niet met dit kluitje het riet in laat sturen en dat er alsnog een poging wordt ondernomen een meer bevredigend antwoord te krijgen op de vraag hoeveel gemeenschapsgeld er is verkwist aan megalomane ICT-projecten. De hieruit resulterende wake-up call zal waarschijnlijk zo luid zijn dat er eindelijk maatregelen zullen volgen die daadwerkelijk zoden aan de dijk zetten in plaats van de obligate conclusies en aanbevelingen waar we het nu mee moeten doen.