cyberoorlog

Cyberoorlog: het Westen is begonnen

<Webwereld column>

The War Room, Dr. Strangelove - 1965

Een aantal jaren geleden ontwikkelden Israëlische en Amerikaanse inlichtingendiensten een computervirus met een specifiek militair doel: het beschadigen van Iraanse nucleaire installaties. Stuxnet werd via usb-sticks verspreid en nestelde zich stilletjes op Windows pc's om van daaruit op zoek te gaan naar specifieke industriële centrifuges die via Siemens SCADA-apparatuur worden aangestuurd.

Iran heeft, net als veel andere landen, een nucleair programma voor energieopwekking en de productie van isotopen voor onder meer medische toepassingen. De meeste landen kopen medische isotopen van specialist Nederland, die ze in de reactor in Petten bij ECN maakt. Door de westerse boycot van Iran is het voor dat land echter niet mogelijk isotopen voor medisch gebruik op de wereldmarkt aan te schaffen. Zelf maken is verre van ideaal, maar de enige optie die overblijft als import onmogelijk wordt gemaakt.

Waarom die boycot? Officieel omdat Iran volgens de VS niet voldoende openheid wil geven over zijn wapenprogramma's. Met name militaire toepassingen van het nucleaire programma is een officiële bron van zorg. Deze zorg is echter een vrij recent gegeven die om een of andere reden opnieuw leven is ingeblazen na de aanval op Irak (een aantal van de installaties is geleverd door Amerikaanse en Duitse bedrijven met financiering van de Wereldbank voor de revolutie van 1979). Het meest curieuze aan alle beschuldigingen van westerse overheden aan het adres van Iran is dat het nooit meer dan vage verdachtmakingen zijn. Toen 16 Amerikaanse inlichtingendiensten in 2007 een gezamenlijke studie deden naar de feiten achter deze beschuldigingen was de glasheldere conclusie: Iran is niet bezig met de ontwikkeling van een kernwapen.

Cybercrime; preventie vs. repressie

<Webwereld column>

Cybercrime en cyberoorlog zijn op dit moment de hippe termen om als overheid extra middelen en mogelijkheden te verwerven. Als men cybercrime kan combineren met de distributie van afbeeldingen van kindermisbruik (ook wel bekend als kinderporno) is het helemaal prijsschieten. Dan mag bijna alles. Wat daarbij vreemd blijft, is dat al die aandacht gaat naar het distribueren van afbeeldingen, terwijl het toch om die kinderen zou moeten gaan. Ik heb nooit helemaal begrepen hoe die kinderen worden beschermd door het filteren op die afbeeldingen.

Bart Schremer gaf gisteren in zijn opiniestuk een overzicht van de vragen waar opsporingsinstanties mee zitten. Enerzijds verwacht de samenleving (of liever het mediasysteem) van wetshandhavers dat alle misdaad onmiddellijk en perfect wordt opgelost, en dan liefst ook nog voor een bescheiden budget. Anderzijds willen de meeste Nederlanders nog steeds liever geen politie-staat naar Noord-Koreaans of Amerikaans model.

Maar wat in alle discussies over toelaatbare opsporingsmethoden, (cr)(h)ackende KLPD-ers en crime-fightende politici ontbreekt, is de vraag waarom cybercrime zo enorm gegroeid is. Het feit dat we veel meer en complexere IT gebruiken zal daar zeker aan hebben bijgedragen. Maar een belangrijke andere factor is de enorme digitale ongeletterdheid onder verreweg de meeste burgers en een extreme technische mono-cultuur op de desktop. Afgezien van wat slappe voorlichtingscampagnes doet de overheid er weinig aan burgers echte kennis en volwassenheid bij te brengen.